terug naar consultterug naar poetry
 
Vrijwillig directeur van het OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam
van 1 mei 2004 tot 1 mei 2006


Hoofdzaken, het museum, wat was de bedoeling, wat hebben we gedaan, wat is er bereikt?

Hoofdzaken: vrijwilligers en bezoekers
De vrijwilligers en de bezoekers, daar ging het om. De vrijwilligers, omdat die het museum dragen en in feite runnen. Hun belangeloze, gedreven inbreng, hun trouw en hun talenten hebben we gepoogd te benutten door ze serieus te nemen. Dat heeft geleid tot veel enthousiasme en tot nieuwe vrijwilligers.
Het museum is er voor de bezoeker. Dat spreekt vanzelf. We hebben op veel manieren gepoogd om de bezoeker bij het museum te betrekken. De betrokken bezoeker, daar gaat het ons om.

Het museum (zie ook http://www.ovmrotterdam.nl/)
Het OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam is een klein museum gewijd aan de Tweede Wereldoorlog met de nadruk op wat er in Rotterdam is gebeurd. Het museum wordt bijna uitsluitend door vrijwilligers gerund.. Er waren begin 2004 ongeveer 25 vrijwilligers en 1 betaalde kracht, een educatief medewerker voor drie dagen per week. De vrijwilligers werkten aan administratieve taken, als rondleider, als gastvrouw, in de bibliotheek van het museum, als huismeester, grafisch ontwerper, de fotocollectie.
In 2003 ontving het museum ca 2500 bezoekers, waarvan 35 % scholieren.
De vestigingsplaats op Katendrecht (buiten het centrum) is een nadeel voor het museum. Het lukte niet goed om nieuwe vrijwilligers te vinden. De bekendheid van het museum was niet groot.

Wat was de bedoeling?
De (stilzwijgende) opdracht van het bestuur was: het museum op de kaart zetten en zo tegelijkertijd het bestaansrecht van het museum aan het Rotterdamse publiek en aan de politiek duidelijk maken.

Wat hebben we gedaan?
. Veel en creatieve activiteiten, met een accent op het menselijk aspect van de oorlog (oorlogsreceptendag, bruiloften in de oorlog, mijn vader was een Canadees, Oranjebabies, het "vergeten bombardement", bevrijdingsfeesten, muziek)
. een variatie in tijdelijke tentoonstellingen: over het beeld van Zadkine, naar aanleiding van het stripboek "de Ontdekking", verdwenen monumenten, de oorlog in Rusland, muziek in de oorlog
. bij de tentoonstellingen een groot aantal speciale activiteiten, zoals documentaires, lezingen, discussies en behalve een opening van de tentoonstelling ook een slotdag
. bij openingen van tentoonstellingen altijd levende muziek
. zeer frequente contacten met de pers, door regelmatige persberichten, e-mail nieuwsbrieven en persoonlijke contacten
. op 4 mei jaarlijks een bescheiden herdenking in het museum, waarbij scholieren van basisschool "de Pijler"namen voorlezen van uit Rotterdam gedeporteerde Joden
. enkele publicaties: een vertaling van "zwarte confetti" in het Engels en een speciaal stripboekje door Eric Heuvel: "Frontstad Rotterdam" over de meidagen van 1940 in Rotterdam
. goede contacten met de wijk: met het kinderpersbureau bijvoorbeeld dat regelmatig tv opnamen in het museum maakt
. educatieve programma's bij tijdelijke tentoonstellingen waarin de relatie tussen het verleden en het heden wordt gelegd
. om ook de ouders en grootouders van scholieren het museum te laten bezoeken organiseren we speciale ouders/grootoudersmiddagen

Wat is er bereikt?
Met al die activiteiten, met veel creativiteit, uithoudingsvermogen maar vooral met verbeeldingskracht is er in twee jaar veel bereikt:
. een levendig, toegankelijk en beter bekend museum
. goede sfeer, intern en extern
. meer waardering van vrijwilligers, bezoekers en pers
. meer bezoekers (2003: 2500, 2005: ruim 4600, 2006 waarschijnlijk ca 5000)
. meer vrijwilligers (een tiental erbij: niet alleen ouderen en ook voor collectieregistratie en onderzoek)

Dat kon alleen gebeuren door de inzet van de vrijwilligers en de steun van vele collega's en andere ons welgezinden.