terug naar consultterug naar poetry
 
Priatnov's column maart en april 2017

Een brandblusser voor de betere kringen
.
Tussen Apeldoorn en Deventer liggen Huis en Tuin Verwolde. Alleen al de reis erheen is de moeite waard. Het Gelderse landschap is statig en lieflijk tegelijk.
De website van Geldersch Landschap en Kasteelen meldt: "Op landgoed Verwolde staat een edelmanshuis. De eerste vermelding van een huis op die plek dateert uit 1346. Rond 1500 raakte Verwolde betrokken in de politieke strijd tussen de hertog van Gelre en de bisschop van Utrecht. Ondanks de uitgebreide verdedigingsgordel van drie wallen en drie grachten werd het landgoed ingenomen door de troepen van de bisschop van Utrecht. Het huis werd afgebroken en de verdedigingswerken werden geslecht. In de 16e eeuw werd een nieuw huis gebouwd, maar twee eeuwen later was hier weinig van over.
In 1776 werd het huidige huis Verwolde gebouwd in neoclassicistische stijl. In 1926 is er ingrijpend gemoderniseerd. Aan de noordzijde werd een toren toegevoegd. Het huis kreeg een nieuwe kap en het interieur werd vernieuwd. Bovendien werd Verwolde voorzien van modern comfort zoals elektriciteit, centrale verwarming en omringd door een tuin, park en het bosgebied Oranjewoud met vijvers en landbouwpercelen. Huis Verwolde is met een gids te bezoeken. De tuin en het bos zijn vrij toegankelijk; de rest van het landgoed is nog particulier bezit van de familie Van der Borch."

De bezoeker komt binnen in het onderhuis. Daar is te zien hoe het personeel werkte en leefde. Voor de deftige vertrekken moet je boven zijn. Ook zeer de moeite waard.
Maar we blijven in het onderhuis, daar zijn de voorraadkamers, de keuken, de knechtenkamer. Als je je voorstelt dat daar de keukenmeisjes, de kokkin, de werkmeid, de huisknecht, de koetsier en de staljongen rondliepen en af en toe ook de gouvernante en de kinderjuffrouw, dan is het onderhuis de levendige basis van het Huis. Naar verluidt waren de kinderen ook vaak in het onderhuis te vinden omdat de kokkin altijd wel iets lekkers voor ze had.

In één van de voorraadkamers hangt een brandblusser. Een witte Minimax. De Minimax was tussen 1902 en 1960 één van de meest succesvolle blussers. Handzaam, mooi van vorm.
In 1920 werd de Minimax aangeprezen met de mededeling dat er anderhalf miljoen apparaten waren geplaatst, 80.000 branden geblust, 114 mensenlevens gered en in Koninklijke Paleizen in gebruik. Bij het 25 jarig jubileum van het apparaat publiceerde het bedrijf een bundel van door kunstenaars gemaakte reclame-uitingen voor de blusser. Daar zien we onder anderen Diogenes, die opgevrolijkt in zijn ton een Minimax toont. De maagd van Orleans steekt haar tong uit tegen de kerkelijke machthebbers, die moeten toezien hoe zij de vlammen van de brandstapel met een Minimax te lijf gaat.

De Minimax was rood, maar voor de elite en voor ziekenhuizen was er bij uitzondering een witte versie. Zo eentje hangt er dus terecht in Huis Verwolde. Gaat dat zien!
.