terug naar consultterug naar poetry
 
Priatnov's column september 2017

taalverwarring
.
De taal verandert waar je bijstaat. Soms is dat ergerlijk, als je van een betekenis geen afstand wilt nemen, maar meestal is het plezierig.
Bij de voetballer Huntelaar vraag je toch af wat huntelen is. In het Duits komt het wel voor. Daar betekent het "unangenehm nach Hund riechen". Hoetelen bestaat dan weer wel. Dat is afdingen en vroeger broddelen of treuzelen.

De plaats Harmelen heeft ook de vraag opgeroepen of er een werkwoord harmelen bestaat. En inderdaad als je met een rijtuig op een smalle weg een ander rijtuig tegenkomt en je moet steeds een stukje vooruit en een stukje achteruit manoeuvreren om ruimte te maken, dan ben je aan het harmelen.

De uitgang -laar of -aar is trouwens ook interessant adelaar, ratelaar, moordenaar, twijfelaar. Een adelaar is niet per se van adel. Een ratelaar maakt geluid. Een moordenaar pleegt een moord en een twijfelaar is een te smal bed. Het hoeft niet logisch te zijn.

Lewis Carroll heeft veel mooie woorden bedacht of uitdrukkingen, zoals curiouser and curiouser. Hij introduceerde ook de term porte-manteau in Through the Looking Glass, 1877: 'it's like a portmanteau - there are two meanings packed up into one word'.

De schrijver Huizinga schreef een gedicht (in Adriaan en Olivier) getiteld de oerbosbrand. De titel is al een mengwoord, dat verwarring kan wekken. Maar in het gedicht gaat Huizinga helemaal los. Soms is het flauw maar af en toe ook mooi gevonden: Urinoceros, Achterwielewaal, Geneverzwijn, Pastoorlam, Lichtekooievaar.

Het pastoorlam en het geneverzwijn bevallen me het beste, hoewel ik ook een levendige voorstelling van een urinoceros heb. Als je een neushoorn hebt zien plassen dan weet je het wel.

Kortom, het wordt tijd om zelf wat porte-manteau woorden te bedenken.
.